
Vraag jezelf af waardoor iets komt en het eerste antwoord is vaak een verdediging. Bij mij was het: ik doe toch mijn stinkende best?! En de tweede poging mondde uit in dat ik simpelweg niet de goede genen heb. De plaats delict: de verzuring geeft mij richting om te onderzoeken wat de dieperliggende oorzaak is van het probleem, maar het is nog een hele kunst om daar te komen.
De visgraat
Ik ga eerst kijken naar welke dingen hier allemaal impact op kunnen hebben. Net zoals ik dat bij klanten doe, pas ik hier de visgraat toe.

De visgraat geeft mij een uitgebreid beeld van mogelijke oorzaken waar ik allemaal naar kan kijken. Ik kan er meerdere tegelijkertijd oppakken, maar om te kunnen weten of en welke impact mijn tegenmaatregelen straks hebben, kies ik er één. Die ga ik voor nu verder afpellen.
Tijdens de nulmeting zag ik dat tijdens mijn laatste twee marathons het verval een stuk groter was (25 en 13 seconden) ten opzichte van de eerste twee. Maar bij die laatste twee liep ik gemiddeld ook een stuk sneller. De vraag of daar een verband is, heb ik vorige keer geparkeerd. Maar nu helpt het mij om te bepalen op welke mogelijke oorzaak ik verder ga inzoomen. De voorbereiding voor een marathon vraagt specifieke training en er zijn veel verschillende methoden. Pak ik het eigenlijk wel juist aan?
Dieper graven: waardoor, waardoor, waardoor, waardoor,waardoor?
Zou ik nu stoppen met mijzelf afvragen hoe het komt, dan doe ik hetzelfde als de keren ervoor: ik ga pleisters plakken. Ik heb nu eerste verklaringen, maar uit ervaring weet ik, dit is niet de kern van het probleem. Anders had ik die verzuring tijdens de marathon in april niet gehad en was mijn persoonlijk record sneller geweest. Ik moet dieper graven en analyseren. Ik moet de details in.
Tot vervelens aan toe stel ik mezelf de vraag ‘waardoor?’ En dit klinkt simpel, maar zoals ik ook zo vaak in mijn werk ervaar, dit is moeilijker dan je denkt. Bij de eerste versie schiet ik in de verdediging dat ik mijn stinkende best doe. Ik ga mezelf verantwoorden in plaats van een oorzaak vinden. Dus, opnieuw. Poging twee eindigt in dat ik nu eenmaal niet de goede genen heb geërfd. Nou probeer daar maar eens een effectieve en realistische verbetering voor te bedenken. En bij de volgende concludeer ik dat ik te langzaam loop. Ja, dat is het gevolg, niet de oorzaak. En ook ik stink er in door al met tegenmaatregelen te komen. Maar, na een veelvoud van pogingen, kom ik tot twee mogelijke grondoorzaken.

De mogelijke grondoorzaak is te vinden in mijn training want ik heb eigenlijk lang getraind voor een heel ander doel: namelijk de kortere afstanden. En dat vraagt om heel ander type trainingen dan hoe je voor de marathon traint.
Hypothese
Ik heb dus een vermoeden dat de reden waarom mijn benen verzuren komt omdat ik daar niet op de juiste manier voor train. De trainingen moeten meer gericht zijn op het tempo volhouden met vermoeide benen - met een mooi woord fatigue resistance - én ik vermoed dat ik meer kilometers moet lopen.
Mijn hypothese is het volgende: als ik mijn trainingen aanpas – door te trainen op fatigue resistance – en in totaal tussen de 100 en 130 kilometer per week train, dan treedt de verzuring later op en heb ik minder verval in het tempo zodat ik moet uitkomen op een eindtijd van 2 uur en 40 minuten.
Hier wel vanuit gaande dat er ik onder dezelfde type (weers)omstandigheden loop als tijdens mijn voorgaande marathons.
Mooi, ik weet nu wat de mogelijke bronoorzaken zijn en kom ik bij mijn favoriete deel: hoe ga ik deze bronoorzaken testen en waar mogelijk aanpakken? Welke verbeteringen moet ik toepassen, en hiermee ga ik experimenteren. Daar neem ik je binnenkort in mee. Maar volgende week eerst die andere twee uitdagingen: hoe zorg ik dat ik de juiste prioriteiten stel en, ondertussen nu vier weken onderweg, hoe gaat het met iedere dag weer die keuze maken voor mijn doel?
/ Saskia